Laurence Libert Open VLD logo Laurence Libert
 

Laurence ondervraagt Vandenbroucke over het uitblijven van een "echte" democratisering van het Hoger Onderwijs

19 Mar

naar reacties ↓

Laurence Libert We hebben het in de commissie Onderwijs in het VP altijd over de nood aan een verdere democratisering van het HO in Vlaanderen. We spreken zelfs van een nood aan een tweede democratiseringsgolf. De Vlaamse Overheid heeft reeds aanzienlijke stappen ondernomen om een toegankelijk Hoger Onderwijs te creëren. Vorige week werd in het Vlaams Parlement in deze zin ook het decreet mbt de financiering van het hoger onderwijs, dat meer middelen voorziet voor het Hoger Onderwijs, goedgekeurd. Een democratische toegang van het Hoger Onderwijs is een belangrijke hoeksteen van een democratische samenleving. Onderwijs is het middel bij uitstek voor een opwaartse sociale mobiliteit, voor de zelfredzaamheid van het individu. De kwaliteit van ons HO onderwijs is één van de beste van de wereld, waar we terecht fier op mogen zijn. Maar er blijken ook nog zo veel pijnpunten te zijn.

Gisteren verscheen er in De Standaard een studie van econoom Steven Groenez. Uit deze studie blijken een aantal verwonderlijke feiten:

  • de participatie aan het Hoger Onderwijs is ondubbelzinnig toegenomen sinds de jaren ’60.
  • Zowel kinderen van hogere als lagere sociale beroepsgroepen hebben hun participatie zien stijgen.
  • Toch is er nog steeds sprake van ongelijke kansen tussen kinderen van goed opgeleide ouders en arbeidskinderen. Er gaan nu wel meer arbeidskinderen naar hogescholen en universiteiten dan vroeger, maar kinderen van ondernemers en zelfstandigen zijn er minstens even sterk op vooruit gegaan, ze behalen bijvoorbeeld nog vaak een tweede diploma of een ma-na-ma.
  • Het verschil tussen arbeidskinderen en kinderen van goed opgeleide ouders is nog steeds aanwezig. Echte democratisering zou betekenen dat de ondegelijkheid tussen groepen verkleint, maar dat is niet het geval.
  • Arbeidskinderen studeren in het secundair vaker in TSO en BSO richtingen en deze richtingen hebben NIET tot doelstelling leerlingen voor te bereiden op studies HO.
  • Toch schrijven leerlingen na een 7de jaar beroeps zich vaker in in een professionele bacheloropleiding, met vaak een wisselend resultaat.
  • Een remedie dat door de heer Groenez wordt aangegeven als oplossing om de ongelijke kansen in het hoger onderwijs aan te pakken, is het afstappen van de strikte scheiding tussen ASO, TSO en BSO, net als de ongelijke spreiding van sociale groepen tussen deze onderwijsvormen.

Laurence kaart aan dat de oorzaak dat vele BSO'ers verdere studies aanvatten, te vinden is in het feit dat sommige opleidingen BSO niet meer voldoen aan de noden van de arbeidsmarkt. De BSO'ers die afstuderen van deze richtingen (bijvoorbeeld kantoor) vinden gewoon geen werk. Ze zouden een vak moeten aangeleerd hebben dat hun alle kansen biedt op de arbeidsmarkt, helaas is dit in werkelijkheid niet het geval. Indien de beroepsopleidingen onder de loep zouden genomen worden en aangepast aan de noden van de arbeidsmarkt zouden vele leerlingen niet genoodzaakt worden om hogere studies, waar ze niet voorbereid voor zijn, te moeten aanvatten om alsnog werkzekerheid te hebben.

Graag had ik van de minister vernomen wat hij zal doen om werk te maken van een echte democratisering van het Hoger Onderwijs?

Lees hier het volledige verslag van de plenaire vergadering.

 

gepubliceerd in Vlaams parlement trefwoord: democratisering hoger onderwijs

Geen reacties
 
 
Reageer op dit artikel ( * → verplicht in te vullen )
code