Vlaamse jongeren (en hun minister) krijgen meer macht.
Het langverwachte jeugddecreet is eind vorige week in stilte goedgekeurd door de bevoegde commissie van het Vlaams Parlement. Het krijgt vrijwel zeker nog voor de zomer de zegen van het voltallige parlement en dan heeft het de kracht van een wet. Dat werd dringend, want voor een aantal subsidieregelingen die erin beschreven staan, werd het kort dag. Een echte revolutie brengt dit decreet niet. De jeugd is morgen niet meteen baas in dit land, maar het levert onmiskenbaar wel een flinke versterking op van de positie van de jongeren en hun woordvoerders. En ook van hun minister. Een aantal nieuwigheden zorgen daarvoor. Maar ook de decretale verankering van bestaande regelingen: als die morgen in een decreet staan, kunnen ze niet meer zomaar worden teruggeschroefd of worden ontweken. Het belangrijkste resultaat van het decreet zal zijn dat de jongeren sterker kunnen wegen op de politieke agenda. Zo is er sprake van een Vlaams Informatiepunt Jeugd dat niet alleen informatie kan verzamelen over en voor jongeren, maar ook informatie kan uitbazuinen en 'een gerichte promotiestrategie' kan voeren. Maar er is meer. Vóór elk belangrijk regelgevend initiatief kan goedgekeurd worden, zal er voortaan een 'Joker' moeten gemaakt zijn: een jongeren- en kindereffectenrapport dat de weerslag op jongeren vooraf inschat en formaliseert. Er bestonden al kindereffectenrapporten; die worden nu uitgebreid tot jongeren tot 25 jaar, en meteen ook verplicht gemaakt. Cruciaal is ook de tweejaarlijkse 'jeugdmonitor', die ook verplicht wordt: een grootschalig tweejaarlijks universitair onderzoek over de bekommernissen en de problemen van de jongeren. Wat uit dit onderzoek naar voren komt, zal hoe dan ook op de agenda staan. De Jeugdraad, dé woordvoerder van de jongeren, krijgt eindelijk decretaal een plaats, naast de bestaande 'strategische adviesraden'. Hij paste niet meer in de schema's, maar nu weer wel. Dat de minister van Jeugd bij de aanvang van zijn regeerperiode een jeugdbeleidsplan moet opstellen, was al het gebruik, maar voortaan is het verplicht. Er komt ook een aanspreekpunt voor jongeren in elk departement. Dat versterkt ook de greep - 'de toegang' - van de minister van Jeugd tot de administraties. Voorts komt er ook een Kenniscentrum Kinderrechten. Dat betekent dat de Vlaamse overheid zich voortaan niet meer amateuristisch uit de slag kan trekken inzake kinderrechten, mocht ze dit ooit zinnens zijn. Ze heeft deskundigheid in huis en zal verplicht zijn die te gebruiken. Overigens worden jeugdbeleid en kinderrechtenbeleid in elkaar verstrengeld. Tot voor kort waren dat aparte sporen voor de overheid. De stelling is nu dat ze onlosmakelijk verbonden zijn. Dat versterkt beide beleidssporen. Daarnaast neemt het decreet een aantal bestaande regelingen zoals subsidiëringsmechanismen over. Die zijn niet nieuw, maar ze staan voortaan wel vast in een decreet en dat betekent dat de organisaties die deze subsidies nodig hebben, niet zomaar op droog zaad kunnen worden gezet. Dat geldt ook voor zaken als het Fuifpunt, de Vereniging van Vlaamse Jeugddiensten en -Consulenten, het JINT-agentschap voor internationale mobiliteit voor jongeren, enzovoort. Het merkwaardige is dat het decreet, opgesteld door minister Bert Anciaux, niet door hem ingediend wordt maar door vijf parlementsleden van de meerderheid: Joris Vandenbroucke (SP.A), Tine Rombouts (CD&V), Els Robeyns (VlaamsProgressieven), Laurence Libert (Open VLD) en Piet De Bruyn (N-VA). Vlijtige leden van de parlementscommissie Jeugd die de teksten 'liefdevol geadopteerd' hebben om sneller te kunnen werken: een voorstel van decreet van parlementsleden hoeft niet via de Raad van State te passeren, een ontwerp van de regering wel. De wettigheidscontrole wordt zo ontweken om sneller op te schieten.
gepubliceerd in Pers, Vlaams parlement
Geen reacties