Toelichting
Inleiding
De competentieagenda 2010 moet bijdragen tot een duurzame en innovatieve groei waardoor werkzaamheid, inzetbaarheid en werkbaarheid fors worden verbeterd. De Vlaamse regering en de sociale partners gaan de uitdaging aan om en competentieagenda voor Vlaanderen uit te voeren, met nieuwe initiatieven en duidelijke engagementen. Er werden 10 prioriteiten naar voor geschoven, waaronder het versterken van Elders Verworven Competenties.
Onze samenleving is sterk diplomagericht. De technologische evolutie in onze samenleving versterkt de nood om op de arbeidsmarkt te treden met de juiste competenties. Het wordt steeds belangrijker om met voldoende kwalificaties het onderwijs te verlaten. In Europees perspectief kent de Vlaamse arbeidsmarkt een instroom van goed opgeleide jongeren. In 2006 beschikte 86,5% van de Vlaamse 20-24 jarigen over een diploma van minstens secundair onderwijs, tegenover slechts 77,7% gemiddeld in de EU25.
De arbeidsdeelname van hooggeschoolden bedraagt 84,7% in 2006 en is de laatste jaren relatief stabiel gebleven, terwijl de deelname van kortgeschoolden verder is afgenomen tot 43,1% in 2006.
Anderzijds wordt Vlaanderen nog steeds geconfronteerd met een hardnekkige ongekwalificeerde uitstroom uit het onderwijs, in het bijzonder jongens (11,9%), in veel mindere mate bij meisjes (8,1%). In 2006 was de globale ongekwalificeerde uitstroom wel verder gedaald van 10,7% (2005) naar 10,0% (2006), maar over een langere periode (2000-2006) blijft deze schommelen tussen 10% en 12%.
Het belang van vorming wordt internationaal erkend. Sinds het begin van de jaren 90 staat levenslang en levensbreed leren nadrukkelijk op de nationale en internationale beleidsagenda’s. Minstens 12,5% van de leeftijdsgroep 25 tot 64 jaar moet tegen 2010 deelnemen aan onderwijs of vorming, zo heeft de Europese Unie vastgelegd. De samenleving verandert razendsnel. Er is voortdurend nood aan nieuwe kennis en nieuwe vaardigheden. Je kan niet meer de schoolpoort achter je dichttrekken en je hele verdere leven niets meer bijleren. In onze kennissamenleving kan je niet anders dan je hele leven blijven leren, want er worden voortdurend nieuwe competenties verwacht van iedereen. Denk maar aan de evolutie van ICT en aan de voordurende toename van kennis op zowat alle gebieden. Leren is een middel om nieuwe competenties – kennis, vaardigheden en attitudes – te verwerven voor het persoonlijke en/of voor het professionele leven, om onontgonnen talenten te ontplooien of verder te ontwikkelen en in te zetten. En als we het hier hebben over leren, bedoelen we niet enkel het formele leren in onderwijs en vorming, maar evengoed het informele leren via levenservaring of werkervaring.
Het diplomagerichte karakter van de Vlaamse arbeidsmarkt doet het potentieel aan aanwezige competenties tekort, vandaar het belang van de erkenning van eerder en/of elders verworven competenties (EVC). In onze samenleving beschouwt men de school als de leerplaats bij uitstek en vormt het diploma het bewijs van kennis en vaardigheden. Nochtans leren mensen na en buiten de schoolmuren een leven lang. Er is nood om deze verworven kennis en ervaring ook meer tastbaar te maken, onder meer door ze in rekening te kunnen brengen in het arbeidscircuit.
Vele oudere werknemers hebben tijdens hun loopbaan heel wat competenties ontwikkeld die in een traditioneel CV onvoldoende tot uiting komen. Mensen die op 18-jarige leeftijd de kans niet hebben gekregen of gegrepen om studies hoger onderwijs aan te vatten of tot een goed einde te brengen, hebben heel vaak kennis en vaardigheden die heel praktisch zijn en nuttig voor de arbeidsmarkt. Helaas ontbreekt het hen aan het vereiste document nl. een diploma, om op latere leeftijd een succesvolle switch te doen van de ene baan naar de andere.
Waarom zou een ‘herintreedster’, die jarenlang voor haar kinderen heeft gezorgd, niet via een verkorte opleiding een diploma tot kinderverzorgster kunnen verwerven? Waarom zou een jonge computerfanaat die competenties niet kunnen inbrengen voor het vinden van een job? Waarom zou iemand die als hobby wekelijks verscheidene boeken leest, niet in de openbare bibliotheek kunnen aangesteld worden als hulpbibliothecaris?
Ook mensen die wel een diploma hebben, maar daarom niet het juiste, en daarentegen wel beschikken over bepaalde relevante talenten en ervaring komen al te vaak met de beperkingen van een dergelijk aanwervingsbeleid in aanraking. Vaak worden zij niet in aanmerking genomen bij een sollicitatie. Dit is nefast voor de sollicitant die zich niet gewaardeerd voelt, wat op zich leidt tot demotivatie, alsook voor het bedrijf, de instelling of de organisatie, die talent misloopt.
Elders Verworven Competenties (EVC) en Elders Verworven Kwalificaties (EVK)
EVK Kwalificaties zijn creditbewijzen, getuigschriften of alle binnen- of buitenlandse studiebewijzen die aangeven dat een formeel leertraject met goed gevolg werd doorlopen. In een sterk mondialiserende samenleving met een groeiende internationale mobiliteit van studenten en werknemers wordt een performant kader voor EVK steeds belangrijker. In de onderwijssector zijn in de afgelopen periode al belangrijke stappen gezet. In het hoger onderwijs hebben de associaties inmiddels EVC en EVK trajecten ontwikkeld. Ook in het volwassenenonderwijs geraakt men stilaan vertrouwd met EVK’s. NARIC-Vlaanderen ondersteunt de inschaling van buitenlandse diploma’s in ons systeem van hoger onderwijs en volwassenenoderwijs. Toch blijft bijvoorbeeld het voor niet-Europese nieuwkomers moeilijk om hun buitenlandse kwalificaties effectief te valoriseren op de Vlaamse arbeidsmarkt.
EVC Een competentie is een contextueel samenhangend geheel van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes verworven door middel van leerprocessen en ervaring, die niet met een diploma worden bekrachtigd. De idee is dat het geheel van wat iemand kan en kent niet alleen afhankelijk is van de kennis die wordt opgedaan tijdens het initieel onderwijs maar ook ervaring opgedaan tijdens vrije tijd of werkplekleren. Bijvoorbeeld de levenspraktijk zoals de zorg voor kinderen of een ziek familielid of vrijwilligerswerk bezorgen je bijzonder belangrijke inzichten die je nooit kan verwerven in een schoolse context. De essentie van EVC is het erkennen dat leren niet alleen gebeurt via het formele onderwijs. Leren vindt ook plaats in andere leeromgevingen en via talloze andere wegens, zoals persoonlijke ervaringen of indrukken. Kortom, via EVC kunnen we verworven competenties valoriseren die individueel zijn gegroeid uit non-formele en informele leerprocessen. EVC zorgt ervoor dat deze (h)erkend worden door de buitenwereld.
Mensen wisselen periodes van werken, vaker af met periodes van niet-arbeid zoals het tijdskrediet, zorgverlof, educatief verlof, … . Deze perioden moeten niet aanzien worden als tijdperken waarin iemand competenties verliest, wel integendeel. Loopbaanonderbrekingen kunnen bij het hervatten van de arbeid een positieve invloed hebben. Competenties opgedaan in huishoudelijk of vrijwilligerswerk kunnen bijdragen tot een betere beroepsuitoefening.
Competentie is de reële en individuele capaciteit om kennis (theoretische en praktische), vaardigheden en attitutes in het contextueel handelen aan te wenden, en dit in functie van de concrete, dagelijkse en veranderende werksituatie en van persoonlijke en maatschappelijke activiteiten. Het begrip ‘competentie’ is veel breder dan de optelsom ‘kennis + vaardigheden’. Het omvat ook iemands zelfbeeld, waarden en normen, persoonskenmerken en motivaties die bepalen wat een individu heel makkelijk en wat zij of hij minder goed aankan in reële werksituaties.
Een competentiebeleid voor een modern functionerende arbeidsmarkt moet bovendien vertrekken van ‘competentie’ als een multidimensioneel begrip. De arbeidsmarkt verandert steeds sneller en vaker. Als gevolg daarvan is niemand ooit uitgeleerd (levenslang en levensbreed leren) en moeten mensen zich flexibel aan nieuwe omstandigheden kunnen aanpassen. De erkenning van elders verworven competenties laat toe om competenties die nodig zijn op de arbeidsmarkt zichtbaar te maken en op een rendabele en doeltreffende manier te matchen met de noden op de arbeidsmarkt.
Voor kortgeschoolden kan de erkenning van elders verworden competenties immers een belangrijke hefboom betekenen om de kennis en de vaardigheden die ze hebben opgedaan te formaliseren en zo hun inzetbaarheid op de arbeidsmarkt te verhogen (het bezit van deelaspecten van hun competenties die ze kunnen voorleggen aan werkgevers). EVC hebben als doel dat mensen nieuwe en/of betere kansen op het werk krijgen.
De Vlaamse kwalificatiestructuur, waar momenteel aan gewerkt wordt, heeft als doel beroepskwalificaties en –competenties een duidelijkere plaats te geven waar ze naartoe leiden. Elders verworven competenties zullen in de toekomst belangrijker worden en ook in deze structuur een belangrijke positie krijgen. Competenties die op de werkvloer of bijvoorbeeld in het kader van vrijwilligerswerk zijn aangeleerd, moeten binnen een duidelijk referentiekader ook een statuut kunnen krijgen. Mensen zonder diploma kunnen door het laten vastleggen van hun bekwaamheden hun positie op de arbeidsmarkt versterken en hun werkzekerheid verhogen.
De erkenning van EVC kan eveneens remediëren aan de achtergestelde positie van sommige kansengroepen, zoals allochtonen, ouderen en mensen met een handicap.
Onze maatschappij is de dag van vandaag nog steeds te diplomagericht. Op de arbeidsmarkt is het diploma nog steeds een erg belangrijk selectiecriterium. Voor sommige beroepen is deze denkwijze wellicht achterhaald.
Voor een baan bij de overheid vormt het nog steeds een basisvoorwaarde voor sollicitatie, maar enige kentering is evenwel merkbaar. In het februarinummer van het magazine voor het Vlaams overheidspersoneel 13 werden de resultaten gepubliceerd van een enquête over de diplomavereisten bij aanwerving. Hieruit bleek dat maar liefst 55,82 % van de ondervraagde ambtenaren van oordeel is dat het diploma in bepaalde omstandigheden eigenlijk geen must meer is om aan de slag te gaan bij de overheid. Ook hier ziet men uiteindelijk wel in dat het eigenlijk niet echt verantwoord is om (potentiële) werknemers blijvend vast te pinnen op een destijds behaald diploma waarbij abstractie gemaakt wordt van de huidig opgebouwde expertise.
Ervaringsbewijzen
Het decreet betreffende het verwerven van een titel van beroepsbekwaamheid beoogt het valideren van zinvolle, waar dan ook verworven maar aan een beroep verbonden, competenties. De Vlaamse overheid heeft een procedure ontwikkeld waarin de vaardigheden opgedaan via niet-formeel leren, erkend en gevalideerd kunnen worden via de ervaringsbewijzen. De ervaringsbewijzen zijn een sterk beroepsgeoriënteerde vorm van erkenning van competenties. Momenteel zijn er testcentra operationeel voor zo’n 20-tal beroepen1. Vanaf juli 2008 komen er nog een aantal bij. Tussen november 2006 en oktober 2007 werden in totaal 223 ervaringsbewijzen uitgereikt. De implementatie van deze maatregel is een positief gegeven, maar kost tijd en is erg omslachtig: het ontwikkelen van standaarden voor een bepaald beroepsprofiel in samenspraak met de sector, voorbereiding en erkenning van testcentra, opstellen van praktijkproeven en ten slotte de begeleiding en testen van de gebruiker.
Beroepsprofielen en standaarden moeten echter permanent worden opgevolgd en regelmatig worden bijgestuurd. De evoluties binnen de verschillende sectoren volgen zich vaak snel op, zodat het risico bestaat dat vooraleer men de cyclus voor de uitreiking van een ervaringsbewijs doorlopen heeft, de standaarden al niet meer voldoen aan de noden van de sector. De ervaringsbewijzen beperken zich enkel tot specifieke beroepsprofielen die niet overeenkomen met tewerkstelling bij de overheid.
Voor knelpuntberoepen waarvoor onvoldoende instroom vanuit het onderwijs bestaat, kunnen Elders Verworven Competenties in een breder kader een oplossing bieden. Het zijn beroepen die door ervaring geleerd kunnen worden en waarvoor standaarden kunnen ontwikkeld worden. Deze procedure biedt mogelijkheden voor kansengroepen, zoals de ongekwalificeerde uitstroom en waarvoor vacatures moeilijk ingevuld geraken.
Tewerkstelling bij de overheid op basis van EVC
De arbeidsmarkt is de laatste jaren sterk geëvolueerd.
Vanuit een demografische achtergrond met een toenemende vergrijzing en tanende werkzaamheidsgraad gekoppeld aan het gegeven dat een heel aantal jobs moeilijk ingevuld raken en het voor werkgevers steeds moeilijker wordt om kant-en-klaar opgeleide werknemers te vinden, kan een competentiegerichte benadering een stap in de goede richting zijn om toch geschikte werknemers te vinden. De Vlaamse overheid kan en moet hier een voortrekkersrol spelen in het aantrekken van personeel op basis van EVC.
Bovendien heeft een dergelijke aanpak ook een sociale dimensie vermits ook de competenties van allerhande kansengroepen – laaggeschoolden, allochtonen en personen met een handicap - beter gevaloriseerd worden.
Niet alleen voor nieuw-aangeworvenen biedt een dergelijke aanpak nieuwe kansen maar ook voor reeds in dienst zijnde werknemers opent dit nieuwe perspectieven: opgebouwde know-how wordt gevaloriseerd en creëert nieuwe kansen bij de planning van een loopbaan, wat op zijn beurt weer leidt tot een verhoging van inzet, motivatie en welbevinden. Maar liefst 47% van de Vlamingen wordt immers geconfronteerd met één of meerdere werkbaarheidsproblemen (psychische vermoeidheid, welbevinden in het werk, leer- en doorgroeimogelijkheden, valans werk-privé) 2.
Indien men echter een efficiënte en relatief snelle matching wil krijgen tussen de te vervullen opdrachten en de talenten van personeel dient men evenwel te kunnen beschikken over voldoende flexibele arbeidsorganisatievormen.
Overeenkomstig artikel 9, §1, tweede lid van het KB van 22 december 2000 tot bepaling van de algemene principes van het administratief en geldelijk statuut van de rijksambtenaren die van toepassing zijn op het personeel van de diensten van de Gemeenschaps- en Gewestregeringen en van de Colleges van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en van de Franse Gemeenschapscommissie, alsook op de publiekrechtelijke rechtspersonen die ervan afhangen (kortweg APKB) kan als ambtenaar enkel worden aangeworven diegene die houder is van het diploma of studiegetuigschrift dat, ingevolge het betrokken statuut, overeenstemt met het niveau van de betrekking waarin wordt aangeworven. Enkel in geval van schaarste op de arbeidsmarkt kan bij gemotiveerde beslissing worden afgeweken van de diplomavereiste (artikel 9, § 1, derde lid).
Dit betekent letterlijk dat momenteel de diensten van de Vlaamse overheid (of een andere overheid die onder het APKB valt) enkel ambtenaren kunnen aanwerven op basis van een diploma of getuigschrift en dus niet op basis van het erkennen van verworven competenties (EVC’s). Tenzij zoals hierboven reeds vermeld er ‘schaarste’ wordt vastgesteld: dit is dus een reeds bestaande afwijkmogelijkheid van de diplomavereiste binnen het APKB.
Ambtenaren en contractuelen worden op basis van het Besluit van de Vlaamse regering van 13 januari 2006 houdende vaststelling van de rechtspositie van het personeel van de diensten van de Vlaamse overheid (VPS) op dezelfde manier (met dezelfde aanwervingsvoorwaarden en dezelfde testen) aangeworven, dus ook met dezelfde diplomavereiste. Een getuigschrift van opleidingsinstellingen zoals Syntra, de VDAB of sectoren geven in principe geen toegang tot tewerkstelling bij de Vlaamse overheid. Het feit dat federale regelgeving, waarin de diplomavereisten voor de verschillende niveaus expliciet zijn opgenomen, terzake bepalend is, zorgt voor een juridische impasse waar de besprekingen in het kader van een nieuwe ronde in de staatshervorming misschien voor een uitweg kunnen zorgen.
Sinds kort wordt er ook concreet nagedacht over het invoeren van EVC binnen de Vlaams overheidscontext. In het ‘actieplan Wervend Werven’ van de dienst Emancipatiezaken van de Vlaamse overheid, goedgekeurd eind 2006, vinden we het volgende terug:
“Binnen het huidige wervingssysteem van de Vlaamse overheid is het diploma van de kandidaat erg bepalend. Feitelijke competenties kunnen niet of veel minder worden gevaloriseerd. Dit is een probleem voor personen met een niet gelijkgesteld buitenlands diploma, voor personen die moeten terugvallen op attesten van beroepsleidingen of andere vormingen en voor personen die vooral via werkervaring hun competenties ontwikkelden. Ook de titels van beroepsbekwaamheid worden vandaag door de Vlaamse overheid, in haar hoedanigheid als werkgever, niet erkend. Eerder of elders verworven competenties (EVC’s) zouden op een objectieve manier in aanmerking moeten worden genomen. Daartoe moet het federale APKB (Algemene Principes Koninklijk Besluit) dat ook van toepassing is voor de ambtenaren van de Vlaamse overheid, worden gewijzigd. Het APKB schrijft met name voor dat het personeelsstatuut voor elk niveau dient te omschrijven welke diploma’s toeganggevend zijn. Van de diplomavereisten kan enkel in geval van schaarste op de arbeidsmarkt worden afgeweken bij gemotiveerde beslissing (cf. art. 9 § 1). Bij de gemeentelijke en provinciale besturen, die niet gebonden zijn door het APKB, werd recent een akkoord gesloten waardoor men van de strikte diplomavereisten kan afwijken. De diplomavoorwaarden worden versoepeld voor functies waar ervaring primeert op diploma.”
Vanuit het college van ambtenaren-generaal (CAG) en het kabinet Bestuurszaken werd daarom een werkgroep EVC opgericht. De werkgroep is samengesteld met mensen vanuit het Departement Bestuurszaken, Departement Onderwijs & Vorming, Departement Werk en Sociale Economie en de VDAB. Vorig jaar maakte de werkgroep een nota over het introduceren van EVC binnen het wervings-, selectie- en loopbaanbeleid van de Vlaamse overheid. Deze nota is een stevig werkstuk dat een aantal knelpunten en te nemen acties op tafel legt. Het strategisch overlegorgaan Personeel en Organisatie (SOPO) heeft zich alvast achter de visie van de werkgroep EVC geschaard. Er zijn ook 3 pilootprojecten gedefinieerd om na te gaan hoe binnen de Vlaamse overheid kan gewerkt worden met EVC: Management Assistent, Ervaringsbewijzen en Arbeidsconsulent. Eind 2008 zullen alle drie de projecten afgelopen zijn en kan er een evaluatie volgen
De nota van de werkgroep EVC maakt echter ook duidelijk dat er nog een aantal politieke knopen moeten worden doorgehakt om verdere stappen te zetten om effectief het Erkennen van Verworven Competenties (EVC’s) te introduceren binnen het wervings-, selectie- en loopbaanbeleid van de Vlaamse overheid. Het is belangrijk dat de stappen die binnen de administratie worden gezet ook een politiek vertaling kennen.
Bij de lokale overheden staat men al iets verder. De sectorconvenant van de lokale besturen, afgesloten tussen de Vlaamse Regering, de VVSG en de vakbonden voor 2007-2009 stelt de uitwerking voor van een regelgeving voor de lokale besturen betreffende de erkenning van ervaringsbewijzen. In art. 6 en 11 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2007 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel en houdende enkele bepalingen betreffende de rechtspositie van de secretaris en de ontvanger van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, voorziet men voor de niveaus A, B en C in diplomavereisten voor een baan bij een gemeente, provincie of OCMW. De in art. 12 voorziene dispensatieregeling voorziet evenwel in de mogelijkheid om onder bepaalde voorwaarden en voor bepaalde functies personeelsleden aan te werven zonder dat die over het vereiste diploma beschikken. Een competentiebewijs van een extern erkend selectiebureau is wel nodig. Gemeente- en provincieraden mogen de diplomavereiste aldus laten vallen, als de bedoelde functie wettelijk gezien of vanuit de functiebeschrijving geen specifiek diploma vergt. Een tweede voorwaarde is dat het wegvallen van de diplomavereiste gecompenseerd wordt door een relevante beroepservaring. Ten slotte moeten de lokale besturen ook een specifieke selectieprocedure vastleggen waarvoor de kandidaten moeten slagen. Dit laat de lokale overheden een flexibeler, eenvoudiger en coherenter personeelsbeleid te voeren op maat van de gemeente, stad of provincie.
Competentieportfolio
Het beleid van erkenning van EVC moet er immers voor zorgen dat de opgedane competenties op elk moment gevalideerd kunnen worden en meegenomen naar een volgende loopbaanstap. De realisatie van dit recht houdt in dat elk individu een loopbaan- of competentieportfolio kan bijhouden, bij voorkeur op elektronische wijze. Deze portefeuille wordt opgebouwd vanuit het onderwijs en dan aangevuld in functie van de competenties die het individu tijdens zijn verdere loopbaan opdoet bv. In het kader van een opleiding, werkervaring, vrijwilligerswerk, zelfvorming. De onderwijs-, opleidings- en marktactoren dienen samen deze competenties te (h)erkennen zodat bij de overgang van één job naar een ander systematisch de opleidingsportefeuille actueel is.
Voorstel van resolutie
Het Vlaams parlement,
1.de doelstellingen van de Lissabonstrategie (2000), het actie- en ontwikkelingsplan van en voor de EU; 2.de bepalingen in het communiqué van Maastricht (2004) over beroepsopleidingen en het belang aan zichtbaarheid en erkenning van elders verworven competenties; 3.het advies van de SERV over de discussienota ‘Kwalificaties en Competenties. Een Vlaamse kwalificatiestructuur. Een eenduidige ordening van kwalificaties’ (2006); 4.het advies van de VLOR over de eindtekst “competentieagenda” (2007); 5.de competentieagenda 2010 (2007) waarbij de Vlaamse regering en sociale partners de handen in elkaar slaan voor een totaalaanpak inzake talentontwikkeling; 6.het ‘actieplan Wervend Werven’ van de dienst Emanciaptiezaken van de Vlaamse overheid; 7.de nota van de werkgroep EVC gemaakt naar aanleiding van de vraag vanuit CAG en het kabinet Bestuurszaken om het Erkennen van Verworven Competenties (EVC’s) te introduceren binnen het wervings-, selectie- en loopbaanbeleid van de Vlaamse overheid. 8.de relevante bepalingen van het APKB, het VPS en het Besluit Instructiepersoneel; 9.het bepaalde in art. 12 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2007 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel en houdende enkele bepalingen betreffende de rechtspositie van de secretaris en de ontvanger van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn; 10.het advies van de SERV, commissie Diversiteit, over hooggeschoolde allochtonen en de Vlaamse arbeidsmarkt.
overwegende dat:
1.er nood is aan transparantie inzake EVC; 2.er veel knelpuntberoepen bestaan waarvoor onvoldoende instroom vanuit het onderwijs bestaat; 3.mensen zonder diploma en kansengroepen door het systeem van EVC hun positie op de arbeidsmarkt kunnen versterken en hun werkzekerheid verhogen; 4.zowel werkgevers als (potentiële) werknemers baat hebben bij een verdere implementatie van de EVC, wat aldus zorgt voor een win-winsituatie; 5.de uitreiking van ervaringsbewijzen door de overheid voorlopig evenwel nog te beperkt is en zich enkel richt tot specifieke beroepscategorieën;
vraagt de Vlaamse Regering:
1.na te gaan hoe de Vlaamse overheid op de meest adequate wijze de voor het Vlaams overheidspersoneel terzake relevante wetgeving inzake de rechtspositie in overeenstemming kan brengen met de noodzaak tot een flexibel personeelsbeleid waarin de EVC naar waarde worden geschat;
2.bij de federale overheid hierbij aan te dringen op: a.een wijziging van het APKB ofwel met een volledig afstappen van de diplomavereiste of met een (tweede) mogelijkheid tot afwijken van de diplomavereiste in te bouwen; b.of een schrapping van het APKB;
3.al te onderzoeken of het juridisch mogelijk is bij decreet af te wijken van het APKB;
4.al EVC–systemen uit te werken gericht op rekrutering en selectie zodat die na het wegwerken van de juridische knelpunten vlug geïmplementeerd kunnen worden;
5.er dus voor te zorgen dat de Vlaamse overheid: a.diploma’s verlaat als enig en bepalend criterium voor de indeling van personeelsleden in niveau A, B, C of D; b.bewijzen verworven via een EVC–procedure bij rekrutering voor bepaalde jobs of functies ziet als evenwaardig aan diploma’s; c.naast de titels van beroepsbekwaamheid ook certificaten van volwassenenonderwijs en andere opleidingen in aanmerking neemt mits ze voldoen aan een vastgestelde standaard; d.acties onderneemt zodat ook de selector(en) van de overheid een rol kan / kunnen spelen in de certificering van competenties (bv. rol van assessor opnemen); e.zorgt voor een uitbreiding van het aantal titels van beroepsbekwaamheid, zowel kwantitatief als naar niveau van competenties. Er moeten dus ook titels worden voorzien voor de overheidsfuncties van niveau A en B; f.de certificering van verworven competenties via beroepstitels of via aanvullende opleidingen richt op het aanvullen van kennis en kunde bij werkzoekenden die over een buitenlands diploma beschikken en op een aantal punten nog tekorten kennen; g.de titels van beroepsbekwaamheid nog sterker dan nu richt op de behoefte aan werkkrachten in bepaalde sectoren ( bijvoorbeeld informaticasector) en op het potentieel van kansengroepen op de arbeidsmarkt en hun behoeften, bijvoorbeeld administratieve jobs voor mensen met een handicap;
6.alle EVC – acties te koppelen aan de bestaande instrumenten en processen van de Vlaamse overheid;
7.alle EVC–acties af te stemmen met het HRM instrumentarium van de Vlaamse Overheid;
8.een spoedige uitwerking van een transparant Vlaamse Kwalificatiestructuur;
9.op te volgen in hoeverre het Besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2007 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel en houdende enkele bepalingen betreffende de rechtspositie van de secretaris en de ontvanger van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de lokale overheden daadwerkelijk in staat stellen om in hun human resourcesbeleid de EVC beter te valoriseren.
gepubliceerd in Vlaams parlement
Geen reacties