Laurence Libert Open VLD logo Laurence Libert
 

"De mediatisering van de politiek wordt steeds groter", aldus Laurence Libert in Magazine UHasselt (oktober)

28 Oct

naar reacties ↓

laurence en stadhuisLaurence Libert behaalde het licentiaat in de toegepaste economische wetenschappen aan het Limburgs Universitair Centrum in 2002 en een jaar later haar masterstitel in de opleiding Business administration aan de Vrije Universiteit Brussel. Ze is zich op dit eigenste moment aan het voorbereiden op het schepenambt van Economie, Middenstand, Innovatie, Markten en Foren, Evenementen, Administratieve Vereenvoudiging, Informatica en Jumelages van de stad Hasselt. Het hoogst politiek haalbare, dacht ze toen ze als Jong VLD’er politiek actief werd. Intussen is ze kabinetsmedewerker geweest bij Patrick Dewael en Marino Keulen en zat ze als opvolger voor Gilbert Van Baelen drie jaar in het Vlaamse parlement. Opvallend aan haar campagnes is dat ze de waarde van marketing binnen het politieke bestel goed weet in te schatten. Al heeft ze er ook wat moeite mee: ‘We hebben twee jaar keihard gewerkt aan de administratieve vereenvoudiging op gemeentelijk niveau. Daar heb ik in de kranten niets van gelezen. Maar mijn tussenkomst in verband met dierenbegraafplaatsen was op een bepaald moment niet weg te branden uit het nieuws en de media. Het is een gevaarlijk spelletje. Je wordt als politicus steeds meer verleid om je met mediatieke dossiers bezig te houden omdat media-aandacht gelijk staat aan stemmen halen. En dat is niet echt gezond.’ Een gesprek met een voormalige praeses die onder de roepnaam Collie het studentenleven wel kon appreciëren en er nu nog een leuk netwerk aan overhoudt.

  • Collie?? (Lacht en kijkt een beetje gegeneerd)
  • U hebt binnen het studentenmilieu carrière gemaakt: rechtstreeks van schacht tot praeses. Daar kan je als politica alleen maar van dromen. Vanwaar die blitzcarrère?
  • Bij een studentenclub gaan is vooral feesten, maar uiteindelijk zijn er ook mensen nodig die verantwoordelijkheid nemen, die iets moeten doén. In die generatie van toen was ik bij de mensen die het meeste ambitie hadden om daar de verantwoordelijkheid te nemen, activiteiten en cantussen te organiseren en het boegbeeld te zijn van de club naar buiten toe.
  • Het was een puur damesclubje. Heb je iets feministisch over je? Niet speciaal. Ik vond het wel fijn om in een club te zitten met alleen maar meiden. Ik begrijp ook dat mannen graag mannenclubs hebben, maar er speelden zeker geen feministische overwegingen in mee.
  • Hoe belangrijk is zo’n ‘carrière’ als praeses in het latere leven? Heb je er veel bijgeleerd, een netwerk opgebouwd? Los van het praeses zijn, denk ik dat het belangrijk is om je te engageren in het studentenleven. Als je als student alleen maar op je kot zit en niet buitenkomt, mis je een belangrijk stuk van het studentenleven. Je hoeft niet altijd mee op stap te gaan tot een kot in de nacht, maar het is wel goed om andere studenten te leren kennen, je mee te ontwikkelen, bij te leren ... Als politica kom ik nu regelmatig mensen tegen die toen ook in dat milieu zaten en verantwoordelijkheid opnamen. Mensen die ik enkel kende van de colleges kom ik vrijwel niet meer tegen. Als je als politicus of bedrijfsleider iets van je leven wil maken, moet je toch met anderen samenwerken, netwerken uitbouwen en durven leren van anderen. Dat haal je voor een stuk uit zo’n praesidium of studentenclub.
  • Je hebt TEW gestudeerd. Had je bepaalde verwachtingen van de studies of van het beroepsleven? Of ben je er gewoon ingerold en zou je wel zien wat het gaf? Ik vrees een beetje van het laatste. Ik heb ook overwogen om rechten te doen, maar dat was aan de VUB en ik wilde graag in Diepenbeek zitten. En ik had nog nooit economie gehad, dus ik was wel nieuwsgierig naar het vak. Maar eerder omwille van het feit dat ikzelf niet goed wist wat ik zou worden, dan uit interesse voor een eventuele job naderhand.
  • Heb je je diploma ooit ten gelde gemaakt? Nee, ik ben onmiddellijk na mijn studies op het kabinet van Patrick Dewael (indertijd minister van Binnenlandse Zaken, nvdr) terecht gekomen en ben sindsdien in de politiek blijven hangen. Nu is een diploma sowieso een meerwaarde op zich, maar het economisch aspect ervan heb ik nog niet kunnen gebruiken.
  • Ook niet als politica? Heb je nooit situaties meegemaakt dat je blij was met je economische achtergrond? Een diploma geeft je een pakket aan kennis mee dat je anders niet hebt. Maar als ik heel eerlijk ben, als ik op voorhand had geweten dat ik in de politiek zou gaan, had ik beter rechten gestudeerd. Maar langs de andere kant had ik dan in Brussel gezeten, was ik wellicht niet actief geworden in de lokale VLD-afdeling en was ik nooit gevraagd om op een lijst te gaan staan. Door in Diepenbeek te studeren had ik tijd om lokaal aan politiek te doen. Het heeft wellicht zo moeten zijn.
  • Anders dan vele politici die in de politiek rollen, is het bij jou blijkbaar een bewuste keuze geweest? Bewust in die zin dat ik dat wel graag zou geprobeerd hebben. En dat ik blij was dat ik thuis studeerde en de lokale politiek kon blijven beoefenen, actief Jong VLD-ster kon zijn en mee kon helpen aan campagnes van nationale politici als Patrick Dewael en Marino Keulen. Tijdens die campagnes heb ik veel geleerd en heel wat connecties opgedaan die nu wel handig zijn als plaatselijk politica. Wat me wel verraste was dat het zo vlot is gegaan want ik was parlementslid op mijn 26ste. En ook daar heb ik veel te danken aan mijn studentennetwerk want degene die me de laatste keer geholpen heeft met mijn eigen campagne is iemand die ik ken van Diepenbeek.
  • Je bent van de unief rechtstreeks naar het kabinet van Dewael gegaan, regelrecht van het beschermde studentenniveau naar de haaienvijver. Was dat een cultuurschok? Nee. Je begint immers onderaan als medewerker en groeit langzaam door naar het niveau van adviseur. Dan pas mag je mee projecten onderzoeken en adviezen geven aan de minister die je dan op een bepaald moment mee in de vergaderingen mag verduidelijken en verdedigen. Ik had een bepaald dossier moeten voorbereiden en ging met veel twijfels en een bang hart naar die meeting. Ik vroeg mij af hoe de minister dat zou aanpakken. Maar figuren als Patrick Dewael weten hoe ze een project moeten verdedigen waar ze volledig achter staan. Hij kreeg alle lof voor zijn project. Toen voelde ik zoiets als trots op mijn werk en respect en bewondering voor de capaciteiten van Dewael. Ik weet nog dat ik dacht dat ik dát ooit ook wel eens zou willen doen.
  • Wanneer heeft de microbe om het echt te maken als politica, de kop opgestoken? Voor het eerst echt tijdens mijn eerste nationale campagne in 2003. Ik studeerde nog aan de VUB en heb mijn studies toen wat verwaarloosd omdat ik toch al dat diploma van Diepenbeek had. Ik ben toen – vrijblijvend – teksten beginnen schrijven voor de campagne. Plots kreeg ik een mailtje van Dirk Verhofstadt (broer van …) dat hij mijn teksten erg goed vond en dat ik zo verder moest blijven doen. Toen dacht ik: als iemand die teksten schrijft voor en advies geeft aan de eerste minister van dit land, mij de moeite vindt om een mailtje te sturen en te feliciteren, dan moet ik toch iéts hebben en wil ik daarin ook verder gaan.
  • Enig idee waarom ze je gevraagd hebben om op de lijst te gaan staan? Dat was een combinatie van geluk en een aantal externe factoren. Men was indertijd op zoek naar jonge, vrouwelijke kandidaten omwille van enerzijds de algemene verjonging die in de Belgische politiek is doorgevoerd, en het evenredigheidsprincipe bij de samenstelling van de lijsten. Daarnaast was ik de dochter van mijn vader. Hij was politiek actief geweest achter de schermen, was nog druk doende in het Hasseltse socio-culturele leven, maar wilde niet opkomen. Toen heeft men mij – als Jong VLD’er – gevraagd.
  • Je hebt enkele jaren in het centrum van de macht in België kunnen werken. Geeft je dat extra mogelijkheden naar een latere politieke carrière toe? Uiteraard is het zo dat het je een boost geeft als iemand als Dewael je goed genoeg vindt om op de nationale lijst te gaan staan en op zijn kabinet te werken. Ik heb dan het jaar daarna opnieuw mee mogen doen met de Vlaamse verkiezingen en heb daar beter gescoord. Het lag dus in de lijn der verwachtingen dat ik dan een opvolgersplaats zou krijgen. In onderling overleg ben ik dan naar het kabinet van Marino Keulen gegaan omdat men vond dat ik geschikt was om een aantal Vlaamse dossiers op te volgen.
  • Je ben kabinetmedewerkster én parlementair geweest. Waar had je het meeste invloed? Als kabinetard, zeker weten. Want daar bereid je dossiers en adviezen voor die betrekking hebben op concrete zaken. Als je de minister kan overtuigen van je gelijk, heb je mede het beleid van dit land bepaald. Als parlementslid moet je 124 personen overtuigen van je gelijk. Het voordeel van volksvertegenwoordiger te zijn, is dat je zelf de dossiers kan kiezen waarvoor je je inzet, terwijl je op een kabinet de dossiers van de minister moet uitdiepen.
  • Uiteraard wil iedere politicus beoordeeld worden op zijn kwaliteiten, maar laten we een kat een kat noemen: je bent een bijzonder mooie, jonge vrouw. Speelt dat een rol in deze tijden van politieke marketing? Uiteindelijk heb je campagne gevoerd waarbij je vrouw zijn duidelijk werd uitgespeeld. Dat heeft voor- en nadelen. Voor een campagne vertrek ik ook liever van een mooie foto dan van een lelijke. En als ik dan al – zoals jij zegt – een mooie vrouw ben, is het wellicht iets makkelijker om zo’n foto te laten maken. Maar het heeft ook z’n nadelen. Als je in contact komt met andere dames bijvoorbeeld. Zo is er ook mijn leeftijd (Laurence Libert is 29 jaar, nvdr). Die geeft mij soms meer nadelen dan voordelen. Mensen denken vaak dat zo’n jong ding weinig ervaring en dus geen eigen mening kan hebben of niet voor zichzelf of voor haar kiezers durft opkomen. Het was tijdens de laatste campagne frappant. Als ik met mijn medewerkster – die iets ouder is als ik – ergens binnenkwam, had men de neiging om haar met Mevrouw Libert aan te spreken in plaats van mij.
  • Maar ben je het met me eens dat politiek steeds meer marketing wordt? Dat denk ik wel. We hebben het gezien tijdens de laatste campagne met Bart Dewever. Hij is een heel goede redenaar en een bijzonder verstandig mens, maar het feit dat hij zo vaak op televisie geweest is bij de Slimste Mens, heeft mijns inziens toch in zijn voordeel gespeeld in de uiteindelijke uitslag. De mediatisering van de politiek wordt steeds groter. Een mooi voorbeeld betreft mezelf: we hebben in het parlement heel hard gewerkt aan de administratieve vereenvoudiging op gemeentelijk niveau. Daar is niets van verschenen in de pers. En dan kaart ik een dossier van dierenbegraafplaatsen aan en daar heb ik alle mogelijke pers, van kranten tot televisie mee gehaald terwijl dat totaal niet in verhouding staat tot het aantal mensen dat er mee temaken heeft. Maar dat scoort makkelijker en sensationeler dan die administratieve vereenvoudiging.
  • Krijg je dan niet het gevaar dat politici enkel nog die persrijpe dossiers opzoeken omdat ze weten welk een invloed de pers heeft? Het is moeilijk om een goed evenwicht te vinden tussen écht belangrijke dossiers en dossiers waarvan je weet dat je mediagewijs gaat scoren. Het is een beetje een vicieuze cirkel. Zonder pers besta je niet als politicus. Maar als je altijd alleen maar ‘gazettendossiers’ aanpakt, heb je politiek geen toekomst. Je moet de mensen na verloop van tijd ook bewijzen dat je enige ‘serieux’ hebt. Het is een evenwicht zoeken. De grijze muizen zullen zich eerder bezighouden met de saaie dossiers terwijl de tafelspringers de gazetten zullen opzoeken. Sommige politici kijken alleen maar naar de pers en dat is een spijtige zaak.
  • Je bent voorlopig geen parlementariër meer maar wordt schepen in Hasselt. Jullie illustere vorige burgemeester heeft zich ooit laten ontvallen dat hij veel liever burgemeester van Hasselt was dan minister. Omdat het contact met de kiezers veel intenser was. Ben jij die mening ook toegedaan? Toen ik mijn gedachten op de politiek begon te zetten was het mijn droom om in Hasselt schepen te kunnen worden. Dat leek me het summum van politieke realisatie en ik kijk er heel erg naar uit om dat te gaan doen. In het parlement ben je uiteraard met dingen bezig die heel België of Vlaanderen aangaan en ontmoet je politici van heel het land. Hier is dat allemaal een stuk beperkter, maar ik kijk er hoe langer hoe meer naar uit om hier te kunnen beginnen. Het is voor mij een droom die werkelijkheid wordt. Ik hoop ook dat ik meer zicht krijg op de dingen die ik gerealiseerd heb. Als parlementair heb je weinig zicht op je realisaties. Je kan weinig pluimen op je hoed steken. Hier in Hasselt hoop ik meer voldoening te krijgen voor hetgeen ik doe. Ik heb daar met veel collega’s in Brussel over gesproken en die zeiden me allemaal dat – als ze moesten kiezen – ze zouden gaan voor het lokale mandaat. De betrokkenheid is inderdaad groter. Het is nu al een tijd bekend dat ik in januari schepen wordt. Mensen beginnen me nu aan te spreken met: ‘Ah, u wordt de nieuwe schepen.’ Er is niemand die zegt: ‘Ah, u bent dat parlementslid.’
  • Het heeft natuurlijk ook z’n nadelen. Je moet iedere week wel ergens acte de présence geven, want de mensen verwachten dat van hun lokale politici. Jamaar dat is als parlementslid ook hoor. Als schepen krijg je veel meer uitnodigingen van kleine, lokale sport- of andere verenigingen. Maar als politicus kies je daarvoor. Als je thuis in je zetel wil zitten, moet je een andere job zoeken.
  • Mensen hebben tegenwoordig een vrij negatief beeld van een politicus, terwijl het eigenlijk een hondenstiel is. Je bent nooit thuis, moet altijd klaar staan voor de mensen, crost van hot naar her … Ik vind het doodjammer dat de mensen steeds meer een beeld hebben van politici als van zakkenvullers. Er zijn uitzonderingen die de regel lijken te bevestigen, maar dat is niet zo. We verdienen het als politici niet om zo zwart gemaakt te worden. Ik nodig iedereen uit om eens een weekend mee te komen. Pas op, ik beklaag me dat niet, ik heb ervoor gekozen. Maar dan zouden ze zien hoe wij steeds ten dienste van de bevolking staan. Dat negatieve beeld is zo jammer. Want op die manier worden er volgens mij jonge mensen afgeschrikt die geknipt zouden zijn als politicus, maar a priori een afkeer van het beroep hebben.
  • Zakkenvullers én corrupte mensen zou ik er aan toe kunnen voegen. Dienstbetoon en dergelijke worden ook steeds meer in een negatief daglicht geplaatst. Niet in het minst door uw eigen partij. Maar dan hebben we het inderdaad over dienstbetoon in de aard van: ik zal zorgen dat uw dossier boven komt te liggen of ik regel dat proces wel. Dat kan niet meer en gáát ook niet meer. Maar vragen van burgers over informatie en waar ze die kunnen krijgen, worden wel nog behandeld. En dat is het merendeel van de vragen. Onze administratie is zo ingewikkeld geworden dat de meeste mensen er hun weg niet meer in vinden. Hen dan tot gids dienen is geen politiek dienstbetoon, maar hulp aan de burger om zijn rechten te kunnen opeisen. Er zijn veel diensten in België die zich met hetzelfde bezig houden en enkel maar verwarring scheppen. Denk maar eens aan de premies voor woningen. Hoeveel zijn er zo niet en waar en hoe moet je ze allemaal opvragen? Dat is een vrij ingewikkelde materie aan het worden en zou beter onder één dienst of onder één premie gebracht worden. En soms zijn zaken niet mogelijk en kunnen we aan de mensen uitleggen waarom hetgeen zij vragen niet kan gerealiseerd worden. Op dat vlak hebben we een soort signaalfunctie. Maar dat staat ver af van de regelcultuur die vroeger onder dienstbetoon werd gecatalogeerd.
  • Iets heel anders nu: is het als jonge politica mogelijk om een duurzame relatie op te bouwen? (begin te lachen) Ik hoop van wel want ik ben net getrouwd. Je bent politicus met hart en ziel, maar op bepaalde momenten moet je kunnen zeggen: stop, hier hou ik even op met mijn job. De zondagavond probeer ik vrij te houden. Zondagmiddag eventueel nog naar een brunch gaan en daarna misschien naar het voetbal, maar dan stopt het. Ik denk ook wel dat iedereen daar begrip voor heeft.
  • Maar heeft de partner ook begrip voor die zes en een halve andere dagen? Ik heb gelukkig een man die ook een druk leven heeft in de horeca, begrijpt waar ik mee bezig ben en daarmee kan leven. Als ik een partner zou hebben die iedere avond om vijf uur thuis zou zijn, dan zou dat inderdaad moeilijk gaan, vrees ik. En dan is er naast je man ook nog je vriendenkring die je een beetje moet onderhouden. We komen nog altijd drie- of viermaandelijks samen met de vriendinnen van Amicitia Aeterna, de studentenclub van toen. Maar na verloop van tijd merk je dat ze je niet meer vragen omdat je toch altijd nee zegt. Op die manier kan je je ook afzonderen en dat is ook niet goed. Toen ik dat merkte heb ik besloten dat ik daar iets aan moest doen, dat politiek niet mijn héle leven mag domineren. Al was het maar om wat mensen rond je te hebben die je met beide voeten op de grond houden en je steeds opnieuw wat realiteitszin bijbrengen. Want het is belangrijk als politicus dat je de voeling met de dagelijkse werkelijkheid niet verliest.
 

gepubliceerd in Laurence, Verkiezingen 7 juni 2009

Geen reacties
 
 
Reageer op dit artikel ( * → verplicht in te vullen )
code