Begin september ontvingen meer dan een miljoen ouders een formulier met enkele vragen over hun opleiding en de taal die hun kinderen spreken. Bedoeling van deze bevraging is om het nieuwe financieringssysteem af te stemmen op de kenmerken van het sociaal milieu van de leerlingen die sterk samenhangen met hun schoolloopbaan.
Het opleidingsniveau van (beide) ouders is inderdaad een sterke indicator van de culturele bagage waarmee kinderen naar school komen. De motivatie om enkel de moeder te bevragen omdat “Onderwijsniveaus van beide ouders over het algemeen ongeveer dezelfde zijn, kinderen bij een scheiding van hun ouders meestal hoofdzakelijk bij de moeder wonen” , “moeders vaak meer tijd besteden aan de dagelijkse opvoeding van hun kinderen” verdient echter een kritische noot.
Uit heel wat reacties van zowel vaders als moeders blijkt dat de bevraging van enkel de moeder, als discriminerend wordt ervaren. Niet enkel ouders uit nieuw samengestelde gezinnen (cfr. co-ouderschap, homo- & lesbiënnekoppels) maar ook traditionele gezinnen waar vaders zich evenveel bezig houden met de dagelijkse opvoeding van hun kinderen voelen zich uitgesloten. Anno 2007 kan men de rol van de vader in het opvoeden van de kinderen niet ontkennen, dit zou een grote stap terug in de tijd betekenen. De overheid gaat met deze enquête compleet voorbij aan de evoluerende functie van het gezin in de maatschappij en rol van elke ouder, en binnen nieuw samengestelde gezinnen ook de partner van de ouder, binnen het gezin.
Om een vollediger en correcter beeld te krijgen van de gezins- en opvoedingsituatie van kinderen en om de discriminatie ten aanzien van bepaalde ouders weg te werken zou een bevraging ten minste voor zij die het wensen bovenop de bevraging van de moeders mogelijk moeten zijn.
Laurence legde dit voor aan de minister:
In zijn antwoord op deze vraag formuleerde minister Frank Vandenbroucke het dubbele doel van de enquête. Enerzijds worden de gegevens verzameld om het nieuw financieringssysteem voor de werkingsbudgetten van de scholen in het leerplichtonderwijs voor te bereiden. Anderzijds zullen de gegevens worden gebruikt voor de uitvoering van het decreet inzake gelijke onderwijskansen. De minister benadrukt het feit dat men niet over één nacht ijs is gegaan bij het opstellen van de vragenlijst. Tal van wetenschappers zoals Mark Elchardus zijn hierbij betrokken geweest. Enkel de vraag naar de opleiding van de moeder stellen, wordt gemotiveerd door te stellen dat dit een net iets belangrijkere indicator is dan de opleiding van de vader. Ouders naar te veel informatie vragen (opleiding van de vader) is volgens Vandenbroucke als overheid onverantwoord. Bovendien is de minister van mening dat rekening houdend met het probleem van instabiele gezinnen en allerlei nieuwe gezinsvormen, de 'moeder veel vaker een stabiele relatie met het kind heeft tijdens de opvoeding dan de vader.' In een bijzondere gezinssituatie waarbij grootouders het kind opvoeden of in een andere situatie, moeten mensen zelf nadenken wie eigenlijk de rol van de moeder vervult. 'Door te zeggen dat we kiezen voor de moeder en door te zeggen dat in complexe situaties mensen zelf moeten beslissen wie de rol vervult, krijgen we een zeer aanzienlijke vereenvoudiging van de vraagstelling', aldus de minister. Niettemin geeft Vandenbroucke toe dat het niet peilen naar de opleiding van de vader heel wat debat veroorzaakt. Om dat te vermijden heeft hij via verschillende kanalen geprobeerd hierover uitvoerig te communiceren. Er is zelfs een filmpje gemaakt door het tijdschrift Klasse waarin een moeder zich afvraagt of het niet discriminerend is.
gepubliceerd in Vlaams parlement trefwoorden: Onderwijs, onderwijs
Geen reacties