Opiniestuk over de herfinanciering van het leerplichtonderwijs van Laurence Libert, Stern Demeulenare en Hans Schoofs, Open VLD Vlaams Volksvertegenwoordigers, lid van de commissie Onderwijs.
Vorige legislatuur werd met het GOK-beleid en ‘Accent op Talent’, een tweeledig rapport van de Koning Boudewijnstichting, voorzien in twee pijlers die dienen beschouwd te worden als het leidmotief voor de verdere uitbouw van het leerplichtonderwijs: kansengelijkheid bevorderen zodat alle talenten van iedere leerling, zowel intellectuele vaardigheden als technisch inzicht, ICT-vaardigheden, handigheid, sociale vaardigheden, creativiteit, ondernemingszin, enz., kunnen gewaardeerd en verder ontwikkeld worden.
Bijgevolg staat het leerplichtonderwijs dan misschien niet voor even drastische hervormingen als deze die het hoger onderwijs sinds enkele jaren doormaakt maar dan toch voor een cruciale periode in haar evolutie. Wil het derhalve, geconfronteerd met de uitdagingen van een steeds sneller veranderende samenleving, de ambitie hebben om de dag van morgen kampioen in wiskunde én gelijke kansen te zijn, zal het op deze ingeslagen weg dienen verder te gaan.
Ondertussen zijn er ook deze legislatuur nieuwe stappen gezet die hiertoe zeker bijdragen. Het gelijke onderwijskansendecreet werd verfijnd en daar waar nodig bijgestuurd. Het systeem van schooltoelagen in het secundair onderwijs werd afgestemd op het reeds toegepaste systeem in het hoger onderwijs en vanaf volgend schooljaar kunnen deze toelagen ook aangevraagd worden voor kinderen in het kleuter- en lager onderwijs. In het streven naar kosteloos basisonderwijs werd met een wettelijk kader terzake een eerste aanzet gegeven. In zijn beleidsnota kondigde minister Vandenbroucke daarenboven een nieuwe financieringswijze voor het leerplichtonderwijs aan. Bij wijze van uitgangspunt werd gesteld dat de overheid als eerste opdracht heeft om te zorgen voor een billijke en voldoende financiering van het leerplichtonderwijs.
Op korte termijn werd daarom reeds in de vorige legislatuur voorzien in de uitvoering van de bepalingen van het Tivoli-akkoord, waarbij in de decreten basis- en secundair onderwijs een traject werd vastgelegd om voor de werkingsmiddelen een verhouding 100-76 te bereiken tussen het gemeenschapsonderwijs en het gesubsidieerd onderwijs, voor het basisonderwijs tegen 2006 en voor het secundair onderwijs tegen 2007.
Meer ingrijpend zou een herfinanciering worden uitgetekend, waarbij de middelen voor de werking en de omkadering zouden worden toegekend op basis van leerlingenkenmerken. Concreet gaat het enerzijds om persoonlijke eigenschappen of kenmerken van het sociaal milieu van de leerlingen die sterk samenhangen met hun schoolloopbaan en anderzijds schoolkenmerken zoals grootte, studierichting of vrije schoolkeuze. Hiermee zou de inmiddels uit het regeerakkoord bekende ‘lat’ worden gelijk gelegd.
In zijn persconferentie “Nieuwe financiering: bevraging ouders” van 30 augustus l.l. geeft de minister aan dat het hier gaat om een ingewikkeld financieringsmechanisme waarbij een complex opbouwscenario dient te worden gevolgd zodat het niet in een al te snelle ‘big bang-operatie’ zal kunnen worden ingevoerd.
Toch zou men de laatste tijd wel eens de indruk kunnen krijgen dat, misschien vanuit het besef dat het einde van de legislatuur niet meer zo heel veraf is, de verleiding al te groot zou worden om de bestaande middelen voor het leerplichtonderwijs, met daarbovenop nog eens 85 miljoen euro, zo snel mogelijk te besteden. Meteen rijst dan ook de vraag naar de wenselijkheid van deze overhaasting. Toegegeven, in de beleidsnota wordt de datum van 1 september 2008 voorop gesteld maar niettemin lijkt het ons, naar analogie van de hervormingen in het hoger onderwijs, waarbij men de implementatie ervan eerst alle kansen geeft alvorens te komen tot de invoering van een nieuw financieringsmodel, aangewezen ook hier hetzelfde te overwegen. Half huiswerk afleveren om toch maar invulling te geven aan de in de beleidsnota vermelde deadline is immers geen voorbeeld van deugdelijk bestuur.
Tal van ontwikkelingen zijn immers nog aan de gang. Zo wordt er momenteel stilaan meer duidelijkheid geschapen over het lot van een aantal opleidingen in het middelbaar (de vierde graden en de zevende jaren TSO en KSO) en in het volwassenenonderwijs, waarvan mede door de hervormingen van het hoger onderwijs het een tijdlang niet echt duidelijk was waar ze dienden te worden ingeschaald. Een nieuw tussenniveau, het hoger beroepsonderwijs (HBO), zal worden voorzien om de kloof te dichten tussen het secundair- en het hoger onderwijs. De opzet is wederom ambitieus. Minister Vandenbroucke spreekt in dit verband over het HBO als een essentiële stap in de realisatie van zijn ‘Tienkamp voor gelijke kansen’ en een streven naar een tweede democratiseringsgolf.
Te veel vragen zijn nog onbeantwoord, andere in beraad. Inzake het secundair onderwijs dringt een grondige reflectie zich op in hoeverre de huidige aanpak, het aanbod en de structuur nog tegemoet komen aan de maatschappelijke noden en verwachtingen. Het wegwerken van de beschotten tussen de verschillende onderwijsvormen en de modularisering zijn slechts enkele waardevolle, te overwegen denkpistes waarvan sommigen vervat zitten in proeftuinen en kunnen helpen bij een meer globale benadering. Op de evaluatie en beleidsaanbevelingen uit deze proeftuinen is het echter nog wachten.
Een andere topic waarvan de discussie allerminst is afgerond is deze van de leerzorg. Binnenkort komt deze thematiek trouwens opnieuw aan bod in de commissie Onderwijs van het Vlaams Parlement. Bij uitstek is ook dit een dossier met ingrijpende financiële implicaties waardoor dit eveneens een impact heeft op het financieringsdebat van het leerplichtonderwijs. Het is voor ons dan ook ondenkbaar dat een nieuw financieringsdecreet als het ware een voorafname zou zijn op een decreet over de leerzorg.
Het debat over de toekomst van het leerplichtonderwijs moet duidelijk nog starten. Nu overhaast vorm geven aan een nieuw financieringssysteem dreigt dit uitermate belangrijke debat te hypothekeren.
Stern Demeulenare, Vlaams volksvertegenwoordiger Open Vld Laurence Libert, Vlaams volksvertegenwoordiger Open Vld Hans Schoofs, Vlaams volksvertegenwoordiger Open Vld
gepubliceerd in Vlaams parlement
Geen reacties