In de Commissie Onderwijs van 17 januari 2008 lichtte Laurence het Open Vld standpunt toe betreffende het decreet financiering Hoger Onderwijs
Hieronder vindt u de tussenkomst tijdens de bespreking.
De bespreking van het decreet op de financiering van het Hoger Onderwijs is al enkele jaren bezig, waarbij de overschakeling van een studentfinanciering naar een gedeeltelijke outputfinanciering één van de meest fundamentele kwesties was.
De Open Vld fractie gelooft in het positieve effect van deze outputfinanciering als belangrijke hefboom voor de kwaliteit van ons hoger onderwijs en de effecten ervan op de verbetering van de leerresultaten en competenties van onze studenten. De start van een studietraject wordt gefinancierd via een inputfinanciering voor het bereiken van de eerste 60 studiepunten. Dit heeft als positief doel dat startende studenten kunnen heroriënteren. De instellingen worden nu effectief gestimuleerd begeleiding te voorzien voor deze studenten .
Velen hebben de vrees dat de kwaliteit van ons hoger onderwijs zal moeten inboeten omdat instellingen meer studenten zullen doorlaten om zo meer financieringspunten te verzamelen. Wat het juiste effect van outputfinanciering in de toekomst zal zijn, moeten we natuurlijk afwachten. Concrete evaluatiemomenten binnen enkele jaren zullen hierover meer duidelijkheid geven. Maar, gelet op de “kwaliteitsborging” die het hoger onderwijs in Vlaanderen kent, via de zelf-evaluaties, de visitatiecommissies en de beoordelingen van de Nederlands-Vlaamse Accreditaite Organisatie, alsook de algemene perceptie van het niveau van een instelling, is dat een vrees die ons inziens niet onmiddellijk werkelijkheid zal worden.
Naast de financiering van een onderwijssokkel, is er nu ook een duidelijke positie voor de basisfinanciering van het onderzoek aan onze Vlaamse universiteiten. Het is belangrijk dat onderzoek, innovatie en vernieuwingen grondig wordt gestimuleerd en aangemoedigd aan de universiteiten en hogescholen, dit behoort tot hun kerntaken. Dit wordt ook versterkt door de onderzoeksmiddelen die vanuit wetenschapsbeleid worden aangerijkt aan het hoger onderwijs. De academisering van de hogeschoolopleidingen van twee cycli is volop aan de gang en dient in 2012 afgerond te zijn.
Academisering betekent de facto dat niet alleen de universiteiten maar ook de hogescholen en in het bijzonder de vroegere tweecycli opleidingen met wetenschappelijk onderzoek bezig moeten zijn. De professionele bachelor moeten zich vooral toeleggen op valorisatie en de vertaling van kennis naar de concrete toepassingen van bedrijven maar ook non-profit-organisaties. Deze opleidingen hebben daarom een erg belangrijke taak bij de verdere uitbouw van kenniseconomie.
De Lissabondoelstellingen beogen inderdaad dat de EU tegen 2010 de meest competitieve en dynamische kenniseconomie van de wereld moet zijn, hiervoor dienen onderzoek en innovatie verankerd te worden in onze maatschappij. Voorliggend decreet draagt hier in belangrijke mate toe bij.
45% van de werkingsmiddelen zullen dan ook berekend worden op onderzoeksindicatoren. Ook hier rond is naar aanleiding van de bespreking van het voorliggend ontwerp van decreet veel te doen geweest. Ik denk hierbij bijvoorbeeld concreet aan de financiering van de humane wetenschappen. We zijn blij dat er hiervoor een belangrijke bijsturing is gekomen tov de eerste teksten, waarbij ook de humane wetenschappen beter tot hun recht komen bij de bepaling van de financiering van het onderzoeksluik.
Het amendement dat hierover wordt ingediend ondersteunen we ten volle. Zo zullen in de begrotingsjaren 2008 tot en met 2014 de universiteiten gezamenlijk een aanvullende uitkering van 1 miljoen euro ontvangen voor het versterken van het onderzoek in de disciplines: historische wetenschappen, letteren en wijsbegeerte. Deze middelen zullen verdeeld worden op basis van het aandeel van elke universiteit in het totaal aantal onderzoekers betaald met andere financieringsbronnen dan de werkingsuitkeringen, met inbegrip van het aandeel doctorandi.
Het amendement dat de decretale basis vastlegt voor de Bijzondere Onderzoeksfondsen aan de universiteiten ondersteunen we eveneens. Dit amendement bepaalt de modaliteiten van dit fonds en de verdeelsleutel die gebruikt zal worden voor de verdeling van de middelen over de universiteiten, m.n. de BOF-sleutel. In deze BOF-sleutel heeft de performantie van het onderzoek een aanzienlijke rol. Deze performantie wordt onder meer gemeten aan de hand van het aantal publicaties in wetenschappelijke tijdschriften die worden verwerkt voor de Science Citation Index Expanded. (SCI)
Wat betreft de humane wetenschappen is het juist dit onderdeel van de BOF-sleutel waarin het onderzoek in de humane en de sociale wetenschappen onvoldoende tot hun recht komen.
Om hieraan te remedieren wordt in twee stappen gewerkt: in een eerste stap worden naast de SCI gegevens uit andere internationale bibliografische bestanden mee in rekening genomen. Hiermee wordt al meer rekening gehouden met onderzoek van Vlaamse onderzoekers in deze wetenschappen; in een tweede stap wordt een Vlaams academisch bibliografisch bestand “Sociale en Humane Wetenschappen” opgezet worden. Vanaf 1 januari 2011 zou dit bestand opgenomen worden in de BOF-sleutel.
Dit is een ambitieus project waarin er in de wereld maar enkele voorbeelden van zijn. Slagen zal de uitbouw van het Vlaams academisch bibliografisch bestand maar als de betrokken disciplines, dus onze onderzoekers uit de sociale en humane wetenschappen zich hier 100% achter zetten en de vaak moeilijke inhoudelijke beslissingen in consensus nemen. Belangrijk is ook dat er een externe kwalititeitscontrole komt dit Vlaams academisch bibliografisch bestand .
Voor de Open Vld is het belangrijk dat de financiering transparant en duidelijk is voor de instellingen, maar ook voor de studenten. Ook zij worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid. Dit decreet heeft immers niet alleen betrekking op de instellingen. Door de invoering van een leerkrediet heeft het ook rechtstreeks betrekking op de individuele student.
We zijn daarom erg tevreden met het voorliggend amendement dat de nadere regels bepaalt over de databank Hoger Onderwijs en een kwaliteitsvol beheer garandeert. Deze databank zal een zeer belangrijke rol spelen voor het continue beheer, uitwisselen en verwerken van de gegevens van individuele studenten en hun studieloopbaan en de financiering van de instellingen en dit tussen de overheid en de verschillende instellingen. Het is daarom belangrijk dat duidelijk is gesteld dat de VR de beheerder is van deze databank in samenspraak met de universiteiten en hogescholen en dat jaarlijks gerapporteerd zal worden aan de onderwijsinstellingen, de representatieve vakorganisaties en de erkende studentenkoepelverengingen. Duidelijke regels en procedures in de werking en het beheer van deze databank moeten garant staan voor rechtszekerheid voor alle betrokkenen.
Naast de verstrekte financiering van de initiële opleidingen is het in een aantal gevallen zeker verantwoord om ook financieel tussenbeide te komen voor voortgezette opleidingen. Arbeidsmarktgerichtheid speelt hierbij een cruciale rol. Ook zouden we nog een aantal kleinere elementen in de verf willen zetten zo bijvoorbeeld de extra weging van 1,5 van werkstudenten. Als iedereen vandaag de mond vol heeft van levenslang leren, geeft deze maatregel een werkelijke incentive aan instellingen om te investeren in levenslang leren. Dit biedt werkenden nieuwe kansen om hogere studies aan te vatten. Ook dit is een maatregel die de maatschappij als geheel versterkt en mensen kansen geeft.
Ook het amendement dat toelaat dat het leerkrediet van de individuele student na het behalen van een diploma terug opnieuw aangevuld kan worden tot maximaal 60 studiepunten indien dit niet meer het geval zou zijn, en dit per schijf van 10 studiepunten per jaar. Zo kunnen gedelibereerde punten alsnog terug aangevuld worden en wordt het aanvatten van bijkomende opleidingen gestimuleerd ipv ontmoedigd.
In de MvT staat te lezen “dat het diploma van de moeder een goede indicator is voor het cultureel kapitaal van een leerling of student. We onderzoeken hoe we deze indicator in de toekomst zullen opnemen in de financieringsmodel”. Welke meerwaarde zou deze indicator kunnen hebben in het huidig outputfinancieringsmodel?
Hetgeen het ontwerp niet echt duidelijk terug te vinden is, betreft de evaluatie van het aanmoedigingsfonds. De evaluatie van instroom en doorstroom is voorzien en vragen daarbij dus ook expliciet de evaluatie van het aanmoedigingsfonds
gepubliceerd in Vlaams parlement trefwoord: onderwijs
Geen reacties